26 YOUNG STALLIONS SELECTED IN 2009

Een analyse van D.G.Wiersma

Op zaterdag 10 januari kwamen na een zware selectie 26 hengsten in de baan. Opvallend was het uniforme in exterieur. Het waren mooie langgelijnde en voldoende moderne hengsten die, volgens de jury, “functioneel” stapten en draafden. Een hengstenkeuring onderscheidt zich van een ruinenkeuring in de prioriteit van erfelijke aanleg. Hengsten moeten het moderne en de aanleg voor beweging vererven, dus in hun erfelijk pakket hebben. In strijd daarmee is het aanwijzen van hengsten met op afstammelingen afgekeurde vaders/moedersvaders: Time, Oltman (3) en Riemer. Natuurlijk geeft een zwak fokkende hengst wel eens een goed product. Maar achter fokhengsten moeten vaderdieren zitten die zelden een slechte geven: Dat is fokvastheid! Teleurstellend is dat zo weinig hengsten een geconsolideerde- preferente- moederlijn hebben. In een gesloten fokkerij moet de inteelt hoogste prioriteit hebben.

Van de 26 hengsten is slechts één Wesselvrij (cat. 202), diversen hebben Wessel 3 tot 4 x in de stamboom. Als Wesselvrij niet lukt, is het belangrijk dat er hengsten komen die dun op Wessel zijn ingeteeld. Slechts een hengst is Jochemvrij (253). Dat is een schrikbeeld. In andere lijnen, dan de Jochemlijn, moeten er ook hengsten blijven die Jochemvrij zijn, omdat dit bloed in de toekomst massaal wordt. Heel jammer is dat in de Ygram- en Gerkelijn geen hengsten konden worden aangewezen. In Ermelo kwam Ulbert met zonen uit beste moeders, in Leeuwarden had Fabe nog kandidaten, maar de jury durfde het blijkbaar niet te wagen. Gelukkig zit Fabe driemaal in een moederlijn.

Veel paarden lieten in beweging een minder stabiele knie zien (de knie wijkt in draf ver naar buiten). Men kan niet voorspellen of dat in het gebruik zich ten goede of ten kwade zal ontwikkelen. Bij een langzame opbouw kan een toenemende bespiering een positieve uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld bij Eibert. Toch zien we liever een stabiele knie in aanleg.

Tijdens de Elite veiling brachten kandidaten voor het CO 54.000 tot 76.000 Euro op. De legendarische Bas Seldenrijk (KWPN) zei ooit dat jury’s zich bewust moeten zijn dat ze met enorme geldbedragen van anderen omgaan. Onterechte af- en goedkeuring heeft grote gevolgen voor de beurs van (op)fokkers. Dat jury’s mensen zijn zien we aan Maurus, degene die hem twee jaar geleden afwees maakte hem nu kampioen.

Jonge hengsten

Wij bespreken de jonge hengsten per hengstenlijn.

Schema: Aantallen per hengstenlijn:

Lijn: vaders moedersvaders

Wessel 3             6

Hearke 6              4

Jochem 12          9

Ygram 0               2

Gerke 0                4

Ritske 5               1

Wessellijn (3):

Cat. 141: Wikke x Feitse x Naen x Ritske.

Cat. 237: Felle x Djurre x Ritske

Cat. 242: Felle x Jillis x Foppe x Jochem.

Oege en Djurre gaven ons qua verrichtingen prima zonen. Maar die zonen lukt dat maar niet. Qua vererving is de vraag: waarom niet? En……waarom worden hengsten uit dochters van Oege zo vaak afgekeurd: Obe, Oeds, Tjitte, Reyert, Liekele, Ait? Wikke kon tot op heden geen zoon stellen. Cat. 141 komt uit een superieure moederlijn met drie generaties moderne hengsten. De grootmoeder Jelsje, moeder van Feike, is van hoge klasse. De andere Wikke zoon, cat 142, imponeerde in type en draf. De hengst Felle gunde men voor een vaderpaard hogere cijfers op verrichtingen, betere resultaten in de competitie en hoger % betere veulens. Hij had een collectie gelijnde, rijpaardtypische hengsten die krachtiger konden in bouw en beweging van de achterhand. De twee aangewezen zonen waren daarin het minst zwak. Er moet iets geprobeerd worden om de Wessellijn voor uitsterven te behoeden. Bij Felle werkt het korte afhangende kruis van Lolke na, mogelijk dat de combinatie met Djurre en Jillis, die lange en rechte kruizen hebben, gunstig werkt. De moederlijn van cat.237 is best. Bij cat. 242 is Foppe een zwakkere schakel in een doorgefokte moederlijn. Het gebruik van Jillis is interessant vanwege de inteelt in de moederlijn.

Hearkelijn (6)

Cat.    19: Abel x Riemer xX Gaye x Wessel

Cat. 152:  Beart x Anton x Jelmer x Reitse

Cat. 154   Beart x Djurre x Foppe x Jochem

Cat. 161:  Beart x Bonne x Lute x Ritske

Cat. 250:  Dries x Tsjerk x Peke x Fokke

Cat 253:   Dries x Fabe x Remmelt x Wypke

Gelet op de verervingsindex van Beart is het mooi dat er opnieuw drie zonen een kans krijgen. Beart heeft aangetoond zonen te kunnen stellen! Cat. 152 is een sterke hengst met rijk front, hij mist door Anton/ Jelmer, qua erfelijke aanleg, lengte in het voorbeen, kon lichter in de hals, kon ruimer in stap, maar draaft met veel kracht. Cat. 154 uit de Vesta stam stapt correct, draaft ruim maar mocht dan stabieler op de knie. De bloedopbouw met afwisselend een hengst die kort van boven is (Jochem/Djurre) met hengsten die over veel grond staan (Foppe/Beart) is mooi en verdient meer navolging. Cat. 161 komt uit de nafok van de pittige Ritske merrie Gepke M/P. Moedersvader Bonne zorgt voor front, hengstuitdrukking, maar ook voor een korter voorbeen. De hengst mocht meer lengte in de achterhand hebben. Hij toonde de stap en galop goed, maar mocht meer onder de massa draven. De Dries, cat. 250, uit de moederlijn van Wierd, maakte veel indruk. De hengst draafde met schwung en ruimte, ging zitten en maakte front. Cat.253, was rijk in het front, toonde souplesse, maar mocht meer onder de massa draven. Fabe als moedersvader is mooi, minder mooi is het tweemaal Oege. Van Abel, nog geen zoon, doet de fraai gelijnde, actief en ruim stappende en ruim dravende cat. 19 een gooi naar het dekbrevet. Als de bespiering op de knie toeneemt, zal hij hopelijk meer gaan zitten. Men gunde de hengst een vader en hengsten in de moederlijn met een sterkere verervingsindex.

Jochemlijn (12)

Cat 24: Folkert x Pike x Naen x Wessel

Cat. 190 Andries x Leffert x Hearke x Djurre

Cat. 193 Andries x Leffert x Dirk x Peke

Cat 202 Andries x Melle x Hearke x Peke

Cat. 298 Andries x Oltman x Oege x Hotse

Cat. 303 Aan x Sierk x Ludse x Wessel

Cat 305 Aan x Fabe x Leffert x Hearke

Cat 129 Time x Lolke x Fabe x Wypke

Cat. 178 Bente x Oege x Ouke x Ygram

Cat. 68 Onne x Rypke x Naen x Ewoud

Cat. 80 Mintse x Brandus x Jurjen x Tamme

Cat 118 Tsjalke x Ouke x Naen x Jochem

Het is uitermate belangrijk dat in de Jochemlijn jonge hengsten kandidaten leveren. In de sterkste hengstenlijn is snel opschuiven naar de jongste generatie van groot belang voor het beheersen van de inteelt. Acht van de twaalf hengsten hebben al tweemaal Jochem! Opnieuw en terecht krijgt Andries kansen. Vorig jaar kwamen zijn zonen goed uit de bus en qua type, relatief vrij bloed en vererving mag hij er zijn. Cat.190, uit preferente moederlijn en met drie tophengsten op rij, is een schoonheid, mocht een langer voorbeen (2 x Djurre) hebben. Als zijn ruime draf meer onder de massa komt en met meer sprongbuiging komt het goed.  Cat 193 uit preferente moederlijn heeft een fraai type met rijk front; de achterhand mocht langer en bespierder. Hij draafde ruim en hoog van de vloer, maar daarbij zou de knie stabieler moeten zijn (Peke/Cobus). Cat. 202 komt uit de lijn van Barteld, Beart, Sape, maar heeft in zijn pedigree Melle en Peke met een zwakke index. De gelijnde hengst zou grootramiger mogen en minder krom (Melle) in het achterbeen. Cat. 298 heeft voldoende type en beweging maar zou in draf meer onder de massa kunnen draven. De afgekeurde Oltman als moedersvader en 3x Wessel is minder gunstig. Cat. 24 . Zo rond 1980 maakten de twee volle zussen Maeyeblomke en Ourenske uit stam 22, beide van Wessel ,uit modelmoeder en modelgrootmoeder, op fokdag Bergum diepe indruk. Deze hengst gaat via de Pike en Naen merrie terug op Maeyeblomke. De hengst toonde veel inzet in beweging maar mist iets de grootramigheid (Folkert/Pike). De hengst Aan verraste met een 100% score in de derde bezichtiging: twee gaan naar het CO. Cat 303, uit de lijn van Ruerd, is fraai gelijnd met rijk front, stapt en draaft goed van achteren naar voren, en mooi bergop. Wessel komt in de stamboom 4x voor, gelukkig niet in de eerste generaties. Cat 305 is heel luxe, modern en rijpaardtypisch met een lang voorbeen en veel schoft. De stap is aktief en correct, de draf voldoende. Het laatste zal verbeteren bij meer stabiliteit van de knie. Fabe is qua bloed een pluspunt. Cat 129, met een afgekeurde vader en zwakkere moederlijn, zal in type en beweging moeten compenseren. In draf is de hengst voor kort, maar heeft hij achter een goede buiging in de sprong. De zwakkere moederlijn geldt ook voor de correct gebouwde Bente (Cat. 178) die hoogbeniger kon en in draf meer moest gaan zitten . Cat. 68 was grootramig en rijpaardtypisch, miste het gouden draadje. Hij liet veel ruimte en aktie in het voorbeen zien. De ruime stap mocht meer “muzikale beat” (Anky van Grunsven) hebben en een meer stabiele knie zal de draf krachtiger maken. De Mintse (cat.80) was jeugdig, zeer elastisch, had een bloedtype dat men alle hengsten gunde. De stap is vierkant maar niet ruim, in draf is het volgens het boekje: Ruim, van achteren naar voren, gaan zitten en rijzen in de voorhand, lichtvoetig en soepel. Hengst komt uit lijn van Feitse en heeft 3x Jochem. (2 x Tamme) Cat 118 (Tsjalke) mist lengte in het voorbeen en kon meer opwaarts zijn gebouwd, maar draaft sterk stuwend onder de massa. Moeder en overgrootmoeder zijn preferent.

Ritskelijn (5 +1)

Cat   4   Jakob x Oltman x Tsjalling

Cat 60   Olrik x Oltman x Tsjalling x Hearke

Cat 217 Doaitsen x Jasper x Rypke x Piter

Cat 224 Doaitsen x Jurjen x Tamme x Oege

Cat 309 Doaitsen x Jelte x Leffert x Gerlof

(Cas : Adel X Ouke)

Opnieuw kon de jury van de complete hengst Doaitsen zonen aanwijzen. De hengst heeft een enorme uitstraling van persoonlijkheid en vererft dat ook. In mijn voorbeschouwing vroeg ik om Doaitsen zonen uit Jochemvrije moeders. De fokkerij wordt de komende jaren overspoeld door merries met Jochembloed. Belangrijk zijn dan Jochemvrije hengsten. De drie aangewezen hengsten hebben geen Jochemvrije moederlijnen; gelukkig is de invloed van Jochem bij de grootmoeders! Cat. 217 heeft veel hengstenuitdrukking en allure, stapt en draaft ruim en krachtig. Cat 224 met harmonische bouw en ruime beweging, die meer op het achterbeen kan, heeft na de moeder een preferente lijn (stam 100; Harmen) De moedersvader Jurjen moest een betere verervingsindex hebben. Cat. 309 is een temperamentvolle, goedgebouwde hengst die soepel en ruim stapt; de ruime draf kon iets stabieler. Men gunde de hengst een sterkere moederlijn. De moedersvader Jelte heeft een ster % van 17 en een lage index. De grootmoeder is preferent maar daarna is het te mager. Cat 4. Het weergaloos rijke exterieur van Oltman zien we in deze hengst terug. Maar in erfelijke zin zit Oltman (zwakke achterhand ) ook in de genen. Het degelijke van Tsjalling en de super moederlijn zorgen mogelijk voor tegenwicht. De kracht van Jakob en Olrik ligt niet in het moderne. Ook cat. 60 heeft het rijke exterieur van Oltman, maar zal dat vererven? Want Tsjalling en Hearke dragen bij aan het klassieke. De hengst komt uit een jonge stam, maar twee ster- preferente- prestatie merries dwingen diep respect af. Iedere hengst heeft een unieke bloedvoering, iedere lijn draagt bij aan diversiteit. Het beheersen van inteelt vraagt om iniatief. Dat is het geval met Cas, die bij goedkeuring voor bloedspreiding kan zorgen in de Ritskelijn. Met een matige ABFP op zak schitterde de hengst later toch in de sport. Voor zijn leeftijd mocht de hengst grootramiger, ook qua erfelijke aanleg, en meer hengstuitdrukking hebben. Te betreuren is het dat veel hengsten uit de beste merrielijnen verdwenen door onvoldoende sperma en OCD rapporten.