A little 'encore' on the four new stallions

Sorry foreign readers, this is in Dutch, but enjoy the pics:

Door: D.G. Wiersma

Bij het examen op zaterdag 22 november zijn vier hengsten toegelaten tot de fokkerij. Twee zonen van Andries: Sjerp 446 en Stendert 447. Een zoon van Beart: Pier 448 en een zoon voor Doaitsen: Sake 449. De Brandus x Tamme doet nog examen of komt voor het aangespannen gedeelte terug volgend voorjaar. Uitermate hoopvol voor de fokkerij als geheel is het feit dat jonge hengsten als Andries, Beart en Doaitsen zonen kunnen leveren. Het zijn hengsten die qua uiterlijk en erfelijke aanleg meer modern zijn en relatief gunstig voor de inteelt. Beart is Wesselvrij, de twee anderen hebben Wessel niet in de eerste generaties en Doaitsen is Jochemvrij. Bovendien leveren ze veel betere veulens en stermerries. De vier nieuwe hengsten hebben moedersvaders die weinig invloed hebben via zonen en hengsten uit dochters. Dat is gunstig voor inteelt. De keerzijde is dat men qua erfelijke aanleg wel weer graag een topvererver als moedersvader ziet. Uiteindelijk bepalen de nakomelingen hoe goed een hengst in de fokkerij is.

De hengsten:

Hans Peter Heinen, topfokker van Trakheners, zei ooit: “Een hengst moet een moeder hebben van bijzondere kwaliteit en moet stammen uit een geconsolideerde merriestam.”

Stendert 447 heeft in Aukje Boszorg een indrukwekkende moeder en met drie generaties model-preferente merries een superieure moederlijn. De sterke hengst van 1.66 m. heeft een gesloten en harmonische bouw; de onderhals ontsiert iets. Bij de zadelproef kon de hengst minder imponeren, maar aangespannen, een week voor het examen, toonde hij veel aanleg. Mooi in balans en van achteren naar voren. Het achterbeen kwam ver en sterk stuwend onder de massa, maar kon hoger en met meer sprongbuiging, het voorbeen was sierlijk, ruim en hoog. Benieuwd ben ik naar de vererving van massa. Zal het lichte van Andries (Tsjerk x Nykle) vererven, of het zwaardere van Piter, Lammert, Tsjalling (2x)?

Sjerp 446 (Andries x Pike) is een luxe hengst met ras, met mooie hoogte (1.65 m.) die meer rek in het zijaanzicht mocht hebben, het voorbeen is lang en de hals mocht iets lichter. De hengst scoort op het niveau van zevens. In beweging komt Sjerp wel lichtvoetig van de vloer en de ruimte is er wel uit te krijgen, zoals Henk Hammers een week voor het examen liet zien, maar ik zag het graag iets meer “ van nature”. Andries heeft een sterke verervingsindex, die van Pike is minder sterk. De hengst heeft een preferente groot- en overgrootmoeder en verder in de lijn tweemaal (!) een merrie van Ulrig. 

Sake 449 is de eerste zoon voor Doaitsen. Er waren vier kandidaten: Een werd ziek, had koorts en scoorde zessen onder zadel, de meest komplete had cornage, een raakte geblesseerd en mag volgend voorjaar opnieuw instromen. Sake 449 is, met 1.60 m., minder grootramig dan de andere drie hengsten en mist wat de allure van een vaderpaard, wel heeft hij een moderne (lichte) massa. In beweging is hij elastisch en vooral onder het zadel talentvol. Hij scoorde op de zadelproef op alle onderdelen het cijfer 7,5. Aangespannen, een week voor het examen, had hij m.i. spierpijn, zichtbaar in orenspel en verzet. Dan kun je zo’n hengst wel een 6,5 op looplust geven, maar aldus Ad Goeyers : “Onzin natuurlijk, die hengst is juist verstandig, hij probeert zichzelf in bescherming te nemen.” (In de Strengen, 13/11,blz. 28). Qua vererving konden moeders- en grootmoedersvader sterkere indexen hebben en hogere sterpercentages. Doaitsen scoort op ster percentage indrukwekkend hoog in zijn eerste jaargang. Het is voor de fokkerij als geheel te hopen dat van Doaitsen, uit Jochemvrije moeders, hengsten worden aangekeurd.

Pier 448 is met zijn 1.70 m. echt grootramig. De vraag is of dat echt fokzeker is, want groot- en overgrootmoeder waren 1.56 m. en 1.57 m. Die stamden af van betere hengsten (Mark en Oene) maar waren geen ster. Pier heeft door zijn maat allure en beweegt ruim, in balans en met schwung. Hij mist het charmante, het bloedtype. En in beweging zag ik graag meer front en het flitsende snelle in de wendingen, het zogenaamde “electrische” in het achterbeen. Met de afgekeurde Aiso (Tsjalling x Wessel) en twee stamboekmerries mist hij wat de moederlijn die zijn stalgenoot wel heeft.